Donorkind vzw

(Wens)ouders

Vertellen of geheimhouden? | Anoniem of niet-anoniem?

We beseffen goed dat de onderwerpen die wij met vzw Donorkind willen aankaarten, heel gevoelig liggen bij koppels of alleenstaanden die overwegen om met behulp van een sperma- of eiceldonor hun kinderwens te vervullen. We waarderen het dan ook ten zeerste dat deze groep toch zijn weg vindt naar onze website. Ook ouders die al donorkinderen hebben, zijn uiteraard van harte welkom.

Vertellen of geheimhouden?

In de beginjaren van de donorconceptiepraktijk (tot zelfs een stuk in de jaren ’90) werd ouders aangeraden om nooit aan hun kinderen te vertellen dat ze verwekt waren met behulp van een donor. Men dacht immers dat het bekendmaken traumatisch zou zijn voor het kind, of dat het de band tussen ouder en kind negatief zou beïnvloeden. Gelukkig heeft deze cultuur van strikte geheimhouding intussen grotendeels plaats geruimd voor openheid en eerlijke communicatie. Deze veranderde houding vloeide voort vanuit de opkomende overtuiging dat kinderen het recht hebben om de waarheid te kennen, en dat geheimhouding een ontkenning van de realiteit inhoudt, en zelfs gezinsrelaties onder druk kan zetten. Hoewel de meeste fertiliteitsklinieken inmiddels aanraden om donorkinderen eerlijk in te lichten over hun verwekking, zijn het uiteindelijk nog steeds de ouders zelf die beslissen of ze het al dan niet vertellen, en in veel gevallen wordt er uiteindelijk toch gekozen voor geheimhouding.

Vzw Donorkind wil ouders oproepen om hun kinderen toch open en eerlijk in te lichten over de manier waarop ze verwekt zijn. Ten eerste zijn we er van overtuigd dat elk donorkind recht heeft op deze waarheid. Bovendien ben je als ouder een belangrijke vertrouwenspersoon voor je kind, en een levenslange leugen over een essentieel aspect van zijn of haar wezen staat hiermee in schril contrast. Ten tweede kan geheimhouding aanvankelijk de gemakkelijkste keuze lijken, maar veel ouders geven aan dat het geheim na vele jaren toch zwaarder begint te wegen, en dat ze zich er steeds ongemakkelijker of schuldiger over voelen. Hoe meer tijd er intussen verstreken is, hoe moeilijker het natuurlijk wordt om het geheim alsnog te onthullen, en hoe groter de kans dat het kind toch geschokt of boos zal reageren. Daarom is het belangrijk dat kinderen zo vroeg mogelijk worden ingelicht, uiteraard op een manier die aangepast is aan hun leeftijd. Tot slot heb je als ouder nooit de volledige controle over een geheim, en heeft de waarheid vaak de hardnekkige neiging om toch boven water te komen drijven. Er zijn intussen al vele gevallen bekend van donorkinderen die "het" per toeval ontdekten, bijvoorbeeld door in de biologieles te leren over erfelijkheid en vast te stellen dat hun bloedgroep niet klopte met die van hun beide ouders. Andere donorkinderen vernamen het van een familielid aan wie het geheim was toevertrouwd, maar die toch zijn mond voorbij praatte. Nog anderen kwamen het ongelukkiglijk te weten tijdens een vechtscheiding, waarbij een van de ouders het geheim verklapte in de hoop de andere ouder te benadelen. Dit zijn natuurlijk stuk voor stuk zeer pijnlijke situaties, die je als ouder beter voorkomt dan geneest, door van in het begin het kind eerlijk te vertellen hoe de vork in de steel zit.

Natuurlijk begrijpen we dat dit niet evident is. Doordat er helaas nog steeds een maatschappelijk taboe rust op onvruchtbaarheid – zeker bij mannen – is het begrijpelijk dat zij het moeilijk vinden om hiermee naar buiten te komen, zelfs ten opzichte van hun eigen kinderen. Vaak zijn ouders ook gewoon bang om het te vertellen, wat heel normaal is, maar angst is natuurlijk geen geldige reden om de waarheid achter te houden. Op de website van de Verdwaalde Ooievaar is een gratis boekje beschikbaar, ‘Het vertellen en erover praten’, waaruit je als ouder heel wat waardevolle tips kan halen.

Anoniem of niet-anoniem?

Als wensouder heb je in België niet echt te kiezen tussen een anonieme of niet-anonieme donor. Hoewel gameetdonaties in ons land in principe anoniem gebeuren, voorziet de wet ook de mogelijkheid tot niet-anonieme donatie. Deze optie (vaker 'gekende donatie' genoemd) werd echter voornamelijk toegevoegd omwille van de moeilijkheid die men ondervond om geschikte vrijwillige eiceldonoren te vinden. Om onredelijke wachttijden te voorkomen, besloot men om ontvangers toe te laten zelf een donor mee te brengen die ze persoonlijk kennen (vaak een zus of goede vriendin). Hoewel het in principe wel toegelaten is, wordt gekende donatie zelden tot nooit toegepast bij spermadonatie. De meeste klinieken hebben een uitgesproken voorkeur voor anonieme donatie en raden dit dan ook aan aan wensouders. Ongeveer de helft van de Belgische fertiliteitsklinieken weigert zelfs om met gekende donoren te werken. Zogenaamde 'identificeerbare donoren', die op het moment van de conceptie anoniem zijn voor de ontvangers, maar later via een bemiddelingsinstantie wel door hun nakomelingen getraceerd kunnen worden, zijn helaas nog niet toegelaten in ons land. Momenteel liggen er verschillende wetsvoorstellen op tafel die hier verandering in willen brengen (zie wetgeving). Als je wensouder bent en donorconceptie overweegt, is het dus hoog tijd om je te bezinnen over de betekenis en impact van donoranonimiteit.

Veel ouders zien geen heil in gekende of identificeerbare donoren, en kiezen dus heel bewust en resoluut voor een anonieme donor. Hen willen we met aandrang vragen om naar ons te luisteren, en onze belangen (en die van hun eigen toekomstige kind) mee in de weegschaal te leggen op het moment dat ze moeten kiezen voor donorconceptie. Voor ouders is het op het moment van de conceptie vaak comfortabeler dat de donor anoniem is. Ze dromen al lang van een eigen gezin, en willen verhinderen dat een onbekende buitenstaander hierin een rol zou spelen. Paradoxaal genoeg speelt deze nobele onbekende wel degelijk een rol in het gezin: vijftig procent van de genen van het kind werden er immers door aangeleverd. Hoewel de ouders dit gegeven vaak onbelangrijk vinden, kan dit voor het kind zelf heel anders zijn. Veel donorkinderen geven aan dat hun donor deel is van wie ze zijn, en dat ze er ook graag meer over willen weten. Willen weten van wie je afstamt is een heel normale en zelfs universele behoefte, die los staat van de liefde die een kind voor zijn opvoedende ouders voelt. Het is zelfs zo dat sommige donorkinderen hun nieuwsgierigheid naar hun biologische afkomst verzwijgen voor hun ouders, omdat ze bang zijn hen hiermee te kwetsen. Neem als ouder dus een open houding aan ten aanzien van de gevoelens en behoeften van je kind, tracht ze te begrijpen, en probeer je niet bedreigd te voelen in je rol als ouder, want dit is meestal nergens voor nodig.

De website van de Verdwaalde Ooievaar bevat een drukbezocht forum, waar je als wensouder terecht kunt om al je twijfels en vragen discreet te bespreken met lotgenoten. Maak er gebruik van!